Tiwos: voortrekkersrol NOM genereert nuttige lessen

De provincie Noord-Brabant kent een eigen Stroomversnelling die energieneutraliteit voor alle 800.000 woningen uiterlijk 2050 moet opleveren. De Tilburgse corporatie Tiwos is niet alleen in de provincie, maar ook landelijk een van de kartrekkers voor de nul-op-de-meter ingrepen. Projectleider Gert Jan van Sluijs van Tiwos is vanaf het eerste uur nauw betrokken. Hanneke Godfroij van Atriensis adviseert Tiwos bij het vaststellen van het ingreepniveau van alle complexen. Lenen deze zich voor nul-op-de-meter of toch een andere route naar energieneutraliteit? NOM of nul-op-de-meter. Een ingrijpende renovatie met zware isolatie, een zeer luchtdichte gebouwschil, gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning, een elektrische warmtepomp, geen gasaansluiting meer, inductie koken plus het volledige dak voorzien van zonne­panelen. Projectleider Gert Jan van Sluijs is vergroeid met NOM.

Van Sluijs: ‘Die voortrekkersrol met NOM past ons wel. Toch verwacht ik dat een mix van oplossingen nodig is om ons bezit te verduurzamen. Ons bezit is erg divers. Voorlopig is maar een kleine groep woningen geschikt voor NOM.’  Hanneke Godfroij van Atriensis brengt haar ervaring in. Zij onderzoekt welke complexen van Tiwos voor NOM geschikt zijn. ‘Dat beeld van Gert Jan is juist. Je moet goed zoeken.’ Godfroij vervolgt: ‘Per afzonderlijk complex bekijk ik de situatie. Als er bijvoorbeeld tegelijk veel andere knelpunten zijn, ontstaat al snel een stapeling van maatregelen. Dan is vaak uitstel in combinatie met een sloopstrategie verstandiger. De meest kansrijke complexen bevatten nog niet eerder verbeterde en onder huurders gewilde eengezinswoningen uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Liefst geen gespikkeld bezit, geen aanbouwen en een strak en niet onderbroken zadeldak.’

Tiwos renoveerde als een van de eerste corporaties in Nederland een complex naar NOM. Hoe maak je bewoners enthousiast? Wat zijn de belangrijkste lessen gericht op bewoners die uit het NOM-project te trekken zijn? Van Sluijs is nu ernstig: ‘Veruit de meeste bewoners woonden al in het complex. Voor hun was de verandering enorm. Ondanks de hoge isolatie misten ze stralingswarmte. Ook was er irritatie over luchtgeluid en de geluidsproductie van de warmtepomp zelf. Terwijl het systeem wel aan alle eisen voldeed. De beperkte regelbaarheid van de binnentemperatuur was ook een probleem. En natuurlijk niet op de laatste plaats de eisen aan luchtdichtheid. Zomaar een raam open zetten, is er niet meer bij. NOM vraagt om gedragsaanpassing.

Waarom NOM bij huurders die hier niet om vragen? ‘Na die eerste ervaringen evalueerden wij uitgebreid samen met bewoners. Daar hebben we lering uit getrokken,’ aldus Van Sluijs. Geen luchtverwarming meer. Betere regelbaarheid van de temperatuur op de verdieping. Nog strenger met geluidseisen. Ook in het planproces aanpassingen. Altijd eerst een proefwoning. Hierna altijd een proefblok en dan pas de rest. Duidelijke stoplichten op de route. Proefwonen is nu onderdeel van het proces. Is het echt stil? Hoe zit het met geluid? Oefenen met inductie koken. En beginnen bij huurders die positief tegenover renovatie staan.

Godfroij haakt in: ‘In de meeste situaties verloopt de transformatie naar energieneutraliteit in stappen. Ik ben het eens met Gert Jan dat, wanneer het toch ineens gebeurt, je start bij huurders die positief tegenover NOM staan. Maar nog praktischer: zoek vooral situaties op waar bewoners geen woongeschiedenis in de NOM-woning hebben. Dan verloopt de gewenning nu eenmaal veel gemakkelijker.’ Zijn hier ook voorbeelden van? ‘Denk aan nieuwbouw. Maar bijvoorbeeld ook mutaties. Of herstructurering waar vaak de meeste bewo­ners niet terugkeren in hun oorspronkelijke woning’, aldus Godfroij. ‘Dit in com­binatie met proefwonen zorgt voor een goede basis.’


Laatste wijziging: 28-08-2018