Bewoners
Werken bij Atriensis
Verduurzamingsloket

Actueel subsidieoverzicht verduurzaming 2026

Momenteel zijn er meerdere landelijke subsidieregelingen die corporaties ondersteunen bij energie- en duurzaamheidsmaatregelen. Uiteraard zijn er lokale, provinciale regelingen of Europese regelingen. Kijk daarvoor op de website Energiesubsidiewijzer van Milieucentraal. Informeer ook bij contactpersonen bij gemeente en provincie.

Woningen met lichtbruine bakstenen gevel, witte kozijnen, groen dak bedekt met planten en met zonnepanelen en twee bomen voor de deur

De subsidieregelingen zijn gebundeld in zes categorieën: investering, fiscaal, financiering, exploitatie, Europese en verlopen subsidies. Klik hierna op de subsidieregeling voor meer informatie:

Investering

  1. ISDE
  2. SAH – heropent in najaar 2026
  3. SVVE
  4. SPOR
  5. SOO – heropend 18 mei
  6. SZGW – heropend 18 mei
  7. WIS  – sluit op 31 augustus 2026
  8. SFT+
  9. Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen
  10. Restauratiefonds
  11. Realisatiestimulans
  12. Woningbouwimpuls (WBI)

Fiscaal

  1. EIA
  2. MIA/Vamil

Financiering

  1. Energiebesparing VvE

Exploitatie

  1. SDE++ – momenteel gesloten (Openend waarschijnlijk najaar 2026)
  2. SCE – momenteel gesloten (Openend waarschijnlijk najaar 2026)

Europees

  1. Elena
  2. OPZuid EFRO
  3. EFRO Oost
  4. Kansen voor West III
  5. OP-Noord

Verlopen

  1. RHA
  2. Sbi
  3. Intergenerationeel wonen

Investering

1. ISDE

De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) beperkt direct investeringskosten. Corporaties kunnen via de ISDE subsidie aanvragen voor het plaatsen van duurzame installaties. Alleen voor bestaande woningen of bedrijfsgebouwen met een aanvraag omgevingsvergunning vóór 1 juli 2018. Het gaat om kleinschalige individuele of collectieve installaties die niet onder de SDE++ vallen. Er is subsidie voor:

Voor warmtepompen met een vermogen van 1 tot en met 70 kilowatt (kW) krijgt men minimaal € 1.250 plus € 225 extra per kW vermogen. Wanneer de warmtepomp een energielabel A+++ heeft, dan komt daar nog eens € 200 bovenop.

Per 2026 geldt voor lucht/water warmtepompen dat voor de eerste warmtepomp € 1.025 plus € 225 extra per kW vermogen en vanaf de 2e warmtepomp op hetzelfde adres vervallen de bonussen en gaat het bedrag naar € 225 per kW vanaf de eerste kW.

Ook nieuw is dat per 2026 split units vervallen uit de regeling. Split units zijn specifieke lucht/water warmtepompen waarbij de verdamper in de buitenunit zit en de condensor in een binnen unit. Dit komt omdat deze warmtepompen gebruik maken van veel koudemiddel met een hoog Global Warming Potential (GWP). Hierdoor zijn deze sinds volgend jaar verboden door Europese regelgeving.

De ISDE moet aangevraagd worden voordat de koopovereenkomst getekend is en de maatregel moet binnen 24 maanden na de goedkeuring van de aanvraag in gebruik genomen worden. Voor vaststelling zijn de volgende documenten benodigd:

  • factuur;
  • betaalbewijs;
  • inbedrijfsstellingsformulier (alleen bij een warmtepomp).

Vanaf 5 januari 2026 kan men onder deze nieuwe voorwaarden aanvragen. Deze regeling is niet te combineren met de EIA subsidie.

2. SAH – heropent in najaar 2026

De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) stimuleert het aansluiten van bestaande huurwoningen op warmtenetten. Zowel woningcorporaties als VVE’S met huurwoningen kunnen deze subsidie aanvragen. De subsidieregeling wordt opnieuw opgesteld in het najaar van 2026. Het budget van de SAH voor de komende jaren bedraagt € 77 miljoen tot en met 2028. Hoe dit budget verdeeld wordt is nog onduidelijk.

De nieuwe voorwaarden zijn nog niet gepubliceerd. Hieronder staan de voorwaarden van de vorige openstelling.

  • De subsidie van 30% op aansluitkosten heeft een maximum van € 3.800 per woning. De twee belangrijkste aanpassingen (Kamerbrief 13 november 2024 en tekst in Staatscourant)
  • Voor de subsidie van 40% op de inpandige kosten die rechtstreeks voor rekening van corporaties komen geld maximaal € 5.000 aan inpandige kosten die subsidiabel zijn

Daarmee de maximale subsidie is € 8.000 per woning (€ 3.800 plus € 2.200). Overigens kunnen gemeenten ook aanvragen voor gemengde VvE’s zodat zij deze kunnen ontzorgen.

Het budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst. Na aanvraag moet het werk binnen zes jaar gerealiseerd zijn, met daarboven de mogelijkheid om met een jaar uitstel aan te vragen. Woningen dienen volledig aardgasvrij te zijn, dus aangesloten op het warmtenet en eventuele gasmeters uit de woningen.

Combinatie met ISDE is alleen onder voorwaarden mogelijk.

3. SVVE

De SVVE: Subsidieregeling verduurzaming voor VvE’s stimuleert energiebesparende maatregelen binnen VvE’s. De regeling is al mogelijk voor 1 maatregel maar kent hogere subsidiebedrag toe bij het treffen van 2 of meer maatregelen. Er zijn vaste bedragen per maatregel en duidelijke grenzen aan de minimale omvang van de maatregel en de minimale kwaliteit. De hoofdcategorieën (meer informatie terug te lezen via de link):

  • Advisering over energiebesparing, duurzame energie of aansluiting op een warmtenet
  • Investeringen in energiebesparende isolatiemaatregelen
  • Investeringen in duurzame warmteopties
  • Investeringen in een centrale aansluiting op een warmtenet
  • Advisering over het plaatsen van oplaadpunten

Per 2026 veranderen er enkele zaken in de SVVE. De looptijd van de subsidie is verlengd tot 2030 en het subsidieplafond voor verduurzamingsmaatregelen en onderzoek is opgehoogd. Ook is er nu een maximum per appartement van € 20.000 i.p.v. € 2,5 miljoen per vereniging.

Net als bij de ISDE verdwijnen split unit warmtepompen van de lijst door een Europees verbod op specifieke koudemiddelen.

De wijzigingen gaan in vanaf 1 januari 2026.

4. SPOR

Tot en met 30 september 2026 is het mogelijk om subsidie te krijgen via de Subsidieregeling Procesondersteuning voor Opschaling Renovatieprojecten (SPOR). De tranche van 2026 is geopend op 1 januari. Met de SPOR subsidie worden samenwerkingsverbanden van corporaties, verhuurders, VvE’s of eigenaar-bewoners uit een wijk ondersteund die grotere aantallen woningen tegelijkertijd én op vergelijkbare wijze willen verduurzamen. Met de SPOR kan een subsidie verkregen worden voor het aanstellen van een procesondersteuner voor die gezamenlijke renovatieprojecten.

Voorwaarden zijn o.a.:

  • Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal 100 huurwoningen en twee verhuurders, of 30 koopwoningen. Dit kan niet een samenwerkingsverband zijn dat enkel bestaat uit woningeigenaren van één vereniging, omdat deze al gebruik kunnen maken van de SVVE voor procesondersteuning
  • Binnen 24 maanden na de aanvraag van de subsidie is er een verduurzamingsplan van de woningen opgesteld door de procesondersteuner. Hierbij is inzicht in de verwachte warmtevraag na verduurzaming en zijn er ondertekende offertes voor de beoogde verduurzamingsmaatregelen en een planning voor de uitvoering aanwezig. De woningen moeten na de geplande renovatie minimaal voldoen aan de Standaard.
  • De procesondersteuner heeft deelgenomen aan het Kennisprogramma van Verbouwstromen
  • Alle woningen zijn gebouwd in of vóór 1994.
  • Het samenwerkingsverband heeft betrekking op 2 of meerdere van onderstaande maatregelen
    • dak-, zolder- of vlieringvloerisolatie
    • gevelisolatie
    • spouwmuurisolatie
    • glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie
    • vloer- of bodemisolatie

Het maximale subsidiebedrag bedraagt € 200.000 waarvan € 25.000 als voorschot.

WoningenStandaard bedragPer extra koopwoningPer extra huurwoning
Ten minste 100 huurwoningen€ 75.000€ 1.000€ 750
Ten minste 30 koopwoningen€ 30.000€ 1.000€ 750
Ten minste 100 huurwoningen én 30 koopwoningen€ 105.000€ 1.000€ 750

De SPOR heeft alleen betrekking op het proces en kan dus gecombineerd worden met andere subsidies op de maatregelen zelf.

Het budget voor 2026 is 1 miljoen euro en de regeling stopt op 30 september 2026.

5. Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) – heropend 18 mei

De vierde tranche van de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten Ouderenhuisvesting (SOO) wordt later dit jaar weer opengesteld. Het subsidieplafond voor deze tranche is € 40 miljoen. Dit is een aanzienlijke toename ten opzichte van voorgaande tranches. De voorwaarden voor deze nieuwe tranche zijn nog niet bekend, onderstaand zijn de voorwaarde uit de vorige tranche.

De subsidie is maximaal € 100.000 euro voor de realisatie van een ontmoetingsruimte voor 20 woonruimten. Dit maximumbedrag loopt op tot € 175.000 bij ontmoetingsruimten voor meer dan 50 woningen. Voorwaarden zijn o.a.:

  • Minstens 50% van de (beoogde) bewoners van het wooncomplex is 55 jaar of ouder
  • De ontmoetingsruimte bevindt zich binnen 100 meter van de geclusterde woonvorm of is hier fysiek aan verbonden
  • De bouw van de ontmoetingsruimte dient binnen 3 jaar na datum van verlening gestart te zijn en moet na 7 jaar gerealiseerd zijn

Bij renovatie van een bestaande ontmoetingsruimte wordt het subsidiebedrag berekend door middel van het aantal toegevoegde m2 ten opzichte van de originele ontmoetingsruimte.

6. Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen – heropend 18 mei

De nieuwe tranche van de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW) wordt later dit jaar weer opengesteld. Het budget is verlaagd naar € 80 miljoen (€ 125 miljoen in 2025). De subsidiebedragen per wooneenheid variëren van € 2.000 tot € 17.500, afhankelijk van het type woning en bouw. Het subsidiebedrag voor een rolstoelgeschikte tweekamerwoning bedraagt € 17.500 wanneer deze gereserveerd wordt voor bewoners met een WLZ indicatie. De woningen die aan dezelfde toegankelijkheidseisen voldoen, maar niet gereserveerd worden voor bewoners met een WLZ-indicatie komen in aanmerking voor € 15.000 subsidie.

Er gelden strenge voorwaarden:

  • De zorggeschikte wooneenheden hebben een maandhuur onder de maximumhuurgrens voor sociale huur
  • Minimaal 15% van de te realiseren zorggeschikte wooneenheden binnen de geclusterde woonvorm is beschikbaar voor bewoners met een Wlz-indicatie met de zorgprofielen; VV4 t/m VV10, 50+ & Verstandelijk Gehandicapten (VG3 t/m 8) of 50+ & Zintuigelijk Gehandicapten (ZGvis2t/m5). Na oplevering worden deze wooneenheden minimaal 3 maanden gereserveerd voor deze doelgroep.
  • Er dient een gezamenlijke verklaring aangeleverd te worden, ondertekend door de woningcorporatie, de zorgaanbieder en het zorgkantoor
  • De infrastructuur binnen de woonvorm en woningen maakt telefonisch en digitaal contact op afstand mogelijk naar zorgverleners en zorgverlening
  • In nieuwbouwwoningen zijn de woonruimten en woonvorm geschikt voor rolstoelen (zie Toegankelijkheidseisen)
  • In getransformeerde gebouwen is de woonvorm rolstoelgeschikt en zijn de wooneenheden geschikt voor rollators (zie Toegankelijkheidseisen)
  • Bij de bouw wordt rekening gehouden met dementievriendelijk bouwen en brandveiligheid
  • Er is een ontmoetingsruimte aanwezig binnen 100 meter of fysiek verbonden aan de woonvorm
  • De bouw start uiterlijk 3 jaar na verlening en is binnen 5 jaar na verlening klaar
  • De bouw mag pas starten nadat de beschikking is ontvangen. Hiervoor heeft RVO 12 weken de tijd na indiening van de aanvraag. Deze termijn kan eenmalig met 12 weken verlengd worden

7. Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)

Warmteleveranciers kunnen de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) aanvragen voor hun primaire- eWarmteleveranciers kunnen de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) aanvragen voor hun primaire- en secundaire netten. Hiermee wordt maximaal 30% van de investeringskosten die onder de subsidie vallen verlaagd en als gevolg ook de bijdrage aansluitkosten (BAK) voor woningeigenaren. Het budget tot 31 augustus 2026 is 200 miljoen. Waarvan op moment van schrijven nog 75% beschikbaar is.

Enkele van de kenmerken:

  • Het is hierbij mogelijk om de WIS subsidie te stapelen met de SAH.
  • Warmtebedrijven kunnen tot 31 augustus aanvragen waarna deze regeling sluit. Behandeling op volgorde van binnenkomst en op is op.
  • Subsidie voor aansluiting van bestaande woningen op een nieuw warmtenet: kosten tussen bron en gebouw. Bepaling van voorschot op basis van een model exploitatieberekening.
  • Maximale subsidie per woning € 7.000 voor wijkdistributie En € 4.000 per woning die aan het primaire net gekoppeld wordt.

Minimaal 250 woningen en minstens 5 gebouwen per warmtenet. Minstens 60% van de kleinverbruikers waarop het warmtenet zich richt moeten aangesloten worden. In 2030 mag de uitstoot van CO2 niet hoger dan 25 kilo per GJ zijn.

8. SFT+

De Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT)  wordt een jaar verlengd tot 2027, deze nieuwe tranche gaat open op 19 januari 2026. Deze regeling helpt gemeentes met de realisatie van nieuwe flexwoningen of transformatie van bijvoorbeeld kantoorruimte of zorgvastgoed naar sociale woonruimten, optoppen valt hier ook onder. Vanaf 2026 is woningsplitsing en realisatie van onzelfstandige woonruimten ook subsidiabel

Per woning kan hiermee een opgehoogd subsidiebedrag van € 20.000 worden aangevraagd. De extra € 6.000 is bedoeld voor sociaal beheer maar deze is vrij besteedbaar. Voor woningsplitsing en onzelfstandige woonruimten is het subsidiebedrag € 11.000 per woning. Er is geen maximum budget plafond per gemeente. Het totaal beschikbare budget is ook opgehoogd naar €178,5 miljoen.

Belangrijke voorwaarden:

  • Er dient sprake te zijn van een aantoonbaar financieel tekort
  • 30% van de geplande sociale huurwoningen wordt gerealiseerd in het project voor ontheemde Oekraïners en/of statushouders (of nieuw: hetzelfde aantal ergens anders binnen de gemeente) voor minimaal 10 jaar
  • De bouw of transformatie is nog niet begonnen op het moment van de aanvraag en start binnen 12 maanden vanaf de besluitdatum
  • De extra € 6.000 per woonruimte kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd voor eerdere subsidieaanvragen waarvan de start van de bouw plaats vindt ná 5 januari 2026.

9. Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen

De Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen (RTHF) is bedoeld om financiële risico’s en onzekerheden bij de herplaatsing van flexwoningen te beperken. De aanvraagperiode loopt tot 31 december 2028. De regeling is gericht op investeerders in nieuwe flexwoningen, die worden verhuurd als sociale huurwoningen of tijdelijk ingezet voor de opvang van ontheemden. Het totale budget is €220 miljoen.

De RTHF biedt hulp bij de herplaatsing van flexwoningen na 10-20 jaar, of eerder indien nodig, en financiële ondersteuning voor de onrendabele top bij verkoop als herplaatsing niet mogelijk is. Flexwoningen moeten voldoen aan specifieke technische eisen, energiezuinigheid en minimale levensduur. Deze zijn terug te lezen in de regeling en moeten worden onderbouwd via een:

  • NTA 8800 rapport
  • Goedgekeurd MPG- berekening (max 0,65 voor tijdelijk bouwwerk en 0,5 voor nieuwbouw)
  • Berekening losmaakbaarheidsindex

Het subsidiebedrag dat een aanvrager kan krijgen, wordt berekend op basis van het verschil tussen de fictieve boekwaarde (balanswaarde) en de verkoopopbrengst (marktwaarde). Dit bedrag wordt betaald door:

  • Het Rijk voor 60%
  • De Gemeente voor 25%
  • De Investeerder voor 15%

Voordat de subsidie kan worden aangevraagd is er een besluit van het gemeentelijk college van B&W nodig. Hierin staat dat het college bereid is 25% van de onrendabele top voor rekening neemt als de subsidie wordt toegekend.

Bij toekenning van de subsidie moeten de woningen binnen 18 maanden gebouwd en verhuurd worden. In de berekening wordt rekening gehouden met een verhuurperiode van 10 jaar. Per gemeente mogen er per 10.000 inwoners maximaal 100 woningen een herplaatsingsgarantie aanvragen.

10. Restauratiefonds

Bij het restauratiefonds kan een vergoeding worden verkregen voor een duurzaamheidsadvies van zowel rijks-, als gemeentelijke monumenten. De vergoeding wordt alleen uitbetaald als de factuur van het duurzaamheidsadvies niet ouder is dan drie maanden.

Er wordt maximaal één vergoeding uitbetaald per aanvrager, ook als er sprake is van meerdere monumentale panden. Voor gemeentelijke monumenten, provinciale monumenten en overig beschermd erfgoed bedraagt de vergoeding 50% van het factuurbedrag met een maximum van € 500 voor een Quickscan en een maximum van € 1.750 voor een Haalbaarheidsonderzoek of Maatwerkadvies.

De onderzoeken moeten uitgevoerd worden door DuMo adviseurs waar het restauratiefonds een samenwerking mee heeft.

11. Realisatiestimulans

Vanaf 1 januari 2026 treedt de Tijdelijke regeling Realisatiestimulans in werking. Deze regeling heeft als doel gemeenten financieel te ondersteunen bij de bouw van betaalbare woningen, in het kader van het kabinetsstreven om jaarlijks 100.000 nieuwe woningen te realiseren, waarvan twee derde betaalbaar.

Gemeenten ontvangen een specifieke uitkering van €7.000 (excl. btw) per betaalbare woning waarvan de bouw start tussen 2025 en 2029. Betaalbare woningen omvatten sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen. In totaal is hiervoor €1,486 miljard beschikbaar.

Extra middelen zijn gereserveerd voor kwetsbare wijken binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Gemeenten in deze gebieden kunnen aanspraak maken op aanvullende uitkeringen voor investeringen in openbare ruimte en maatschappelijke voorzieningen (€180 miljoen) en voor tijdelijke ambtelijke ondersteuning (€50 miljoen). 

De regeling is ontworpen om administratieve lasten te beperken: gemeenten registreren gestarte bouw via de jaarlijkse SiSa-verantwoording. Er wordt geen bijdrage verstrekt voor woningen die al eerder via andere rijksregelingen (WBI; RHA; SFT; SBI) aan de gemeente zijn gefinancierd. Met deze regeling wil het kabinet niet alleen het woningtekort aanpakken, maar ook de leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare gebieden verbeteren. 

Gemeenten moeten aantonen dat woningen binnen de betaalbaarheidsgrenzen vallen. Voor corporaties betekent dit dat zij mogelijk moeten bijdragen aan deze bewijslast. De middelen zijn vrij besteedbaar voor gemeentes, maar bedoeld voor de woningbouwopgave. Gemeenten kunnen deze middelen inzetten ten gunste van woningcorporaties, bijvoorbeeld via:

  • Prestatieafspraken
  • Lokale subsidieregelingen (Onder de structuur van een DAEB-vrijstelling)
  • Fondsen of samenwerkingsverbanden

Bij de Realisatiestimulans zijn gemeenten niet verplicht de middelen aan specifieke projecten te besteden. Wel wordt verwacht dat gemeenten de middelen inzetten om meer betaalbare woningen te bouwen. Het Rijk stimuleert daarnaast om de inzet van de Realisatiestimulans lokaal en regionaal te bespreken, bijvoorbeeld bij regionale versnellingstafels. Woningcorporaties kunnen hier actief participeren om middelen te laten landen bij projecten die anders financieel moeilijk haalbaar zijn. Evaluatie van de regeling vindt plaats in 2027 en bij afloop in 2031.

Gemeenten dienen jaarlijks informatie aan te leveren over het aantal betaalbare woningen waarvan de bouw in het voorgaande jaar is gestart. Op basis van deze gegevens stelt de minister de hoogte van de uitkering per gemeente vast. Dit besluit wordt uiterlijk genomen op 31 december van het jaar volgend op het jaar van bouwstart. In het besluit worden het totale uitkeringsbedrag en het moment van uitbetaling vermeld. 

12. Woningbouwimpuls (WBI)

De Woningbouwimpuls (Wbi) is door het RVO gepubliceerd om publiek financiële tekorten te dichten in de bouw van betaalbare en geschikte woningen. De subsidie wordt door gemeenten aangevraagd in verschillende tranches. De 8e tranche wordt geopend op 27 februari 2026 en loopt tot 13 maart 2026. Er zijn een aantal voorwaarden verbonden aan het aanvragen van de WBI:

  • U bouwt minimaal 200 woningen
  • Minimaal 50% van deze woningen zijn betaalbaar
    • Sociale huurwoningen
    • Huurwoningen voor middeninkomens
    • Betaalbare koopwoningen met een verkoopprijs tot en met de betaalbare koopgrens van € 405.000
  • De bouw van het project is nog niet begonnen en start binnen 3 jaar na toekenning. De bouw van de laatste woning dient binnen 10 jaar na toekenning te starten
  • Uw project kent een aantoonbaar financieel tekort
  • De maatregelen die leiden tot het publiek financieel tekort zijn publieke investeringen die voor woningbouw noodzakelijk zijn
  • De te verkrijgen subsidie bedraagt maximaal 50% van het publiek financieel tekort. De andere 50% dient door de gemeente en/of andere overheden gedekt zijn

De WBI is voor gemeentes te combineren met de realisatiestimulans. Voor de berekening van het publieke onrendabele top moet er ook rekening gehouden worden met de te ontvangen bedragen van de realisatiestimulans. Wat er dan nog overblijft aan onrendabele top kan voor 50% tot maximaal € 9.000 per woning onder de WBI aangevraagd worden.

Fiscaal

1. EIA

De Energie-investeringsaftrek (EIA) beperkt de vennootschapsbelasting en heeft in 2026 een opgehoogd budget van € 460 miljoen. Voor onder meer zonnepanelen, zonnecollectoren en collectieve warmtepompen kunnen corporaties terecht bij de EIA. Voorwaarde is dat de maatregelen op de Milieu- en Energielijst 2026 staan. Zie met name onderdeel A voor bedrijfsgebouw, onderdeel D voor duurzame energie en onderdeel F & G voor energietransitie en de sector Bouw en Infrastructuur.

Net als in 2025 kan er in 2026 maximaal 40% van de investeringskosten worden afgetrokken van de fiscale winst. Dit levert gemiddeld 10% netto voordeel op. De aanschafkosten incl. arbeidskosten van het product en de installatie van het product moeten binnen 3 maanden na de aanschafverplichting gemeld worden bij het RVO. Voortbrengingskosten moeten gemeld worden binnen 3 maanden na ingebruikname van het product of binnen 3 maanden na het betaalmoment. Als in het jaar van investeren geen winst is gemaakt, is het mogelijk om de EIA in eerdere of latere jaren te benutten.

Tip: check vooraf wat de impact van netcongestie is op de gekozen maatregel.

Combinatie met MIA, ISDE, SDE++ en SCE is niet mogelijk.

2. MIA/Vamil

De Milieu-investeringsaftrek (MIA) beperkt de vennootschapsbelasting en heeft in 2026 een budget van € 135 miljoen. Voor onder meer circulaire woningen en maatregelen voor klimaatadaptatie kunnen corporaties terecht bij de MIA. Voorwaarde is dat de maatregelen op de Mileulijst 2026 staan.

De MIA kan door woningcorporaties onder andere aangevraagd worden voor een circulaire woning (G 5202) en verschillende klimaat adaptieve maatregelen zoals een groen dak, groene gevel, een wadi, en maatregelen voor biodiversiteit. Maximaal 45% of 36% van de investeringskosten mogen worden afgetrokken van de fiscale winst. Dit levert een maximaal netto voordeel van 11,6% van de investering aan belastingvoordeel op. Afhankelijk van het type maatregel kan dit voordeel gecombineerd worden met het voordeel uit de VAMIL regeling. Een melding voor de MIA subsidie moet binnen 3 maanden na de aanschafverplichting van het subsidiabele product gedaan worden. Als in het jaar van investeren geen winst is gemaakt, is het mogelijk om de MIA in eerdere of latere jaren te benutten.

Combinatie met EIA is niet mogelijk.

De Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) is een fiscale subsidie die het mogelijk maakt investeringen in verduurzaming voor maximaal 75% op een zelfgekozen tijdstip af te schrijven. Dit kan liquiditeits- en rentevoordeel opleveren met een netto voordeel van ongeveer 3% van de investering. Het budget voor 2026 is € 20 miljoen. Op de Mileulijst 2026 staan alle maatregelen die in aanmerking komen. Deze subsidie wordt gezamenlijk met de MIA aangevraagd.

Financiering

1. Energiebespaarlening VvE

De Energiebespaarlening VvE is een financieringsmaatregel. Lenen bij commerciële banken is voor VvE’s vaak een probleem. Ook corporaties met huurwoningen in een VvE hebben hier bij verduurzaming mee te maken. De Energiebespaarlening VvE biedt financieringsmogelijkheden. Kenmerken:

  • Maximaal € 67.000 per woning voor een Zeer Energiezuinig Pakket
  • Maximaal € 88.000 per woning voor een Zeer Energiezuinig Pakket+ of Nul op de meter renovatie
  • Maximaal 75% van aanvraag voor zonnepanelen
  • Financiering in de vorm van een bouwdepot, de financier vergoedt rechtstreeks op basis van facturen van aannemers

Leent u boven de € 34.000 (per appartement) voor een Zeer Energiezuinig Pakket of Zeer Energiezuinig Pakket+ / Nul op de meter? Dan moeten de maatregelen voldoen aan hogere isolatiewaarden, ventilatie-eisen en kierdichtheid.

Exploitatie

1. SDE++

Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) is een exploitatiesubsidie ter stimulering van opwekking van duurzame energie. Het gaat om grotere installaties zoals collectieve zonnepanelen op grootverbruik en windmolens voor een periode van 10 tot 15 jaar. Jaarlijks wordt de SDE++ tijdelijk geopend. In 2026 is de subsidieregeling open tussen juni en oktober, definitieve periode moet nog bepaald worden. Er zijn vijf categorieën:

  • CO2 arme warmte
  • CO2 arme productie

De hoogte van de subsidieregeling is afhankelijk van onder meer de opbrengsten die gemaakt worden door de opgewekte energie. Door de hoge energieprijzen is het voorlopige correctiebedrag (de gemiddelde energieprijs van het voorgaande jaar) hoger dan afgelopen jaar. Dit betekent dat momenteel weinig tot geen SDE++-subsidie wordt uitgekeerd. In 2026 wordt een nieuw correctiebedrag bepaald. Hieruit kan het subsidievoordeel in het huidige jaar bepaald worden.

Bij zonnepanelen gaat het om vermogen van meer dan 15 kWp en aansluitingen groter dan 3*80 A. Ofwel minstens 42 reguliere zonnepanelen op een grootverbruikaansluiting. Bij kleinere installaties en aansluitingen kan gebruik gemaakt worden van EIA. Er is in 2026 waarschijnlijk een budget van € 8 miljard beschikbaar.

2. SCE

De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) is een exploitatiesubsidie voor het lokaal en gezamenlijk opwekken van hernieuwbare elektriciteit door energiecoöperaties en vereniging van eigenaars (VvE). In 2026 vervalt de subsidie op waterkracht en daarmee blijven er twee categorieën over:

De subsidie per kWh is het verschil tussen een bij aanvraag vastgesteld basisbedrag en de marktprijs voor energie. De subsidieperiode is vijftien jaar. Uitkering gebeurt op basis van geproduceerde kWh. Zowel groot- als kleinverbruikersaansluitingen komen in aanmerking.
De locatie waarop aangevraagd wordt moet in een bepaald postcodegebied of ‘postcoderoos’ liggen.

In 2026 komen er hogere basisbedragen voor verschillende categorieën. Het basisbedrag dekt de kosten van een project, zodat het eerder rendabel is. De grens voor kleinschalige projecten met zonnepanelen met een grootverbruikersaansluiting gaat van 500 kilowatt (kW) naar 1 megawatt (1.000 kW). Hierdoor komen meer projecten in aanmerking voor subsidie.

Voor projecten met een kleinverbruikersaansluiting geldt vanaf 2027 geen beperking meer op het eigen verbruik van de opgewekte elektriciteit. Dat betekent dat kleinverbruikers hun opgewekte elektriciteit zelf mogen gebruiken. Voor eigen verbruik krijgen zij geen subsidie.

De regeling staat open tot 2029. Jaarlijks is er een openstellingsronde. Voor 2026 is dat van 2 maart tot en met 1 oktober.  Het budget voor de SCE is voor 2026 is 78 miljoen. Aanvragen kan bij RVO vóór ingebruikname van de installatie. Na de beschikking van de subsidie moeten zonnepanelen binnen 2 jaar en wind binnen 3 jaar in gebruik worden genomen.

Europese subsidies

1. Elena

De subsidie Elena is een subsidie die de kosten voor de uitwerkingsfase helpt mee te financieren bij de ontwikkeling van een groot energieproject, zoals het aanleggen van een warmtenet. De gemeente is de aanvrager van deze subsidie, maar voorbereidingskosten gemaakt door de woningcorporatie kunnen worden vergoed vanuit deze subsidie. 90% van de voorbereidingskosten kunnen worden gesubsidieerd door de subsidie Elena.

EFRO per regio
2. Zeeland, Noord-Brabant, en Limburg

De OPZuid EFRO 2021-2027 subsidie is een Europese subsidieregeling die bestemd is voor innovatieve projecten die verschillende transities op regionaal niveau versterken in de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. De subsidieregeling is gericht op vijf typen transities: energie, klimaat, grondstoffen, landbouw & en voeding en gezondheid. Op het gebied van grondstoffen is voor de corporatie subsidie beschikbaar voor circulaire bouw met focus op materialen, grondstoffen en bouwmethoden. De subsidieregeling is geopend van 24 februari 2025 tot en met 4 april 2025.

3. Overijssel en Gelderland

De EFRO Oost 2021-2027 subsidie is een Europese subsidieregeling die bestemd is voor innovatieve projecten die verschillende transities op regionaal niveau versterken in de provincies Overijssel en Gelderland. De subsidieregeling is gericht op het versterken van de innovatiekracht en daarmee bijdragen te leveren aan de energietransitie. Op het gebied van duurzame materialen voor een circulaire economie is er subsidie beschikbaar voor de corporatie. In totaal is er voor deze subsidie een bedrag van € 126 miljoen dat door de jaren heen beschikbaar wordt gesteld. De subsidie is opengesteld vanaf 1 december 2024 tot en met 31 maart 2025.

4. Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, en Flevoland

Kansen voor West III biedt de Randstadprovincies de mogelijkheid om subsidie te verkrijgen via de EFRO. De subsidie richt zich op de transitie naar een volledig circulaire en klimaat neutrale economie. Voor de periode van 2022 tot en met 2029 is er een budget van € 237 miljoen beschikbaar gesteld.

5. Drenthe, Friesland, en Groningen

Vanuit het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) kan er aanspraak gemaakt worden op de EFRO subsidie ook wel OP-Noord genoemd. Hierbij kunnen regionale midden- en kleinbedrijven (mkb) subsidie verkrijgen voor ontwikkelkansen en speciale specialisaties. Denk hierbij aan oplossingen die bijdragen aan de overgang van een lineaire naar een circulaire economie en van fossiele naar hernieuwbare energie.

Verlopen subsidies

De subsidies in dit hoofdstuk zijn momenteel verlopen maar hebben een kans later dit jaar opnieuw geopend te worden.

1. Regeling huisvesting aandachtsgroepen (RHA)

De Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) is gericht op het realiseren van huisvesting voor aandachtsgroepen zoals:

  • Dak- en thuisloze mensen
  • Statushouders
  • Mensen die uitstromen uit een intramurale situatie
  • Arbeidsmigranten
  • Uitwonende studenten
  • Woonwagenbewoners
  • Mensen met sociale of medische urgentie
  • Ontheemden uit Oekraïne

De gemeente kan als aanvrager € 7.000 per te realiseren woning ontvangen met een maximum van € 2 miljoen per gemeente. Dit mag ook een flexwoning zijn. Sociaal beheer wordt eveneens gesubsidieerd. Bij een aanvraag door de gemeente zal veelal van toepassing zijn dat er afspraken zijn met de woningcorporatie over de overdracht van subsidiegelden en exploitatie van de woningen.

2. Startbouwimpuls (Sbi)

De Startbouwimpuls (Sbi) was in 2023 door RVO gepubliceerd. Minister de Jonge trok met deze regeling minimaal € 250 miljoen uit om de woningbouw op gang te houden. Snel schakelen is gewenst voor corporaties die in aanmerking willen komen. Uiterlijk 21 juli konden ook woningcorporaties – middels een aanvraagformulier – op een groslijst gezet worden voor projecten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gebruikt deze groslijst om de beoordelingscriteria van de regeling scherp te stellen.

Op 13 september jongstleden is het definitieve aanvraagformulier voor de Startbouwimpuls vrijgegeven. Aanvraag wordt op inhoud beoordeeld, niet op snelheid van inschrijving. Daarnaast zijn de volgende knock-out criteria bepalend of de subsidie aangevraagd kan worden:

  • Start bouw woningen uiterlijk in 2024/2025
  • Oplevering woningen uiterlijk 36 maanden na start bouw (2027/2028)
  • Het betreft permanente woningbouw
  • Aandeel betaalbare woningen is minimaal 50%
  • De betrokken ontwikkelaar/woningcorporatie onderschrijft de aanvraag
  • Juridische zekerheid over het moment van start bouw, bijvoorbeeld een onherroepelijk bestemmingsplan
  • Nieuw: de aanmelding betreft meer dan 10 woningen per bouwproject
  • Nieuw: de maximale gevraagde Rijksbijdrage per woning is vastgesteld op 12.500 euro incl. BTW

Deadline voor indiening was 13 oktober 2023. Mits het formulier vóór 9 oktober2023 werd ingediend, bood RVO een check op volledigheid voordat de aanvraag definitief werd beoordeeld.

3. Intergenerationeel wonen – momenteel gesloten

Mogelijk interessant in combinatie met de SOO en de SZGW is de subsidieregeling Intergenerationeel wonen. Deze regeling is bedoeld om jongeren te stimuleren te wonen in geclusterde woonvormen waar overwegend ouderen wonen. De verwachting en wens is dat de jongeren zich in deze woonomgeving zullen inzetten voor de bevordering van sociale cohesie en interactie. De regeling loopt tot 2027. Van 18 november 2024 tot en met 30 april 2025 kan een aanvraag worden ingediend. Er wordt maximaal eens in de 3 jaar subsidie toegekend. Pas na afloop van een eerdere subsidieperiode weer subsidie aangevraagd worden. Voorwaarden zijn o.a.:

De jongere aan wie de woonruimte wordt verhuurd is minimaal 18 en maximaal 30 jaar oud op het moment van ondertekenen van de huurovereenkomst

  • Er wordt voor minimaal 2 en maximaal 10 jongeren per geclusterde woonvorm subsidie aangevraagd en een woonruimte beschikbaar gesteld
  • U beschikt over een begeleider die de jongeren kan bijstaan (zie regeling voor vereisten)

Subsidie wordt verleend voor:

  • het verhuren van een woonruimte in een geclusterde woonvorm aan jongeren van 18 tot 30 jaar, maximaal € 200 per jongere per woonruimte per maand
  • het faciliteren van een begeleider, maximaal 4 uur per maand á € 70 per uur
Meer informatie?
Vraag het Thomas Filthaut
© Atriensis 2026

Maria Scholten

Directeur Atriensis wijken

Expertises in:
Warmtenetten
Procesbegeleiding
Bewonerscommunicatie- en participatie

Als directeur van Atriensis wijken heeft Maria Scholten zichzelf in korte tijd wegwijs gemaakt in de wereld van de warmtetransitie. Processen in de warmtetransitie kennen vele belanghouders, zijn complex en vaak zijn er in één wijk meerdere woningcorporaties actief. Maria vindt het belangrijk om woningcorporaties onderling te verbinden en te zorgen voor gezamenlijke standpunten, zodat zij samen sterk staan. Hiervoor zijn onderling vertrouwen en het gezamenlijk opbouwen en delen van kennis een belangrijke basis. Vervolgens is ook het verbinden van de woningcorporaties met de overige belanghouders zoals gemeenten, netbeheerders en warmtebedrijven essentieel. Maria draagt haar praktijkervaring, kennis en enthousiasme over de warmtetransitie met veel plezier, energie en een frisse blik over. 

Maria Scholten: ‘Het realiseren van betaalbare en comfortabele aardgasvrije woningen voor woningcorporaties en huurders is een prachtige uitdaging om aan te werken. Voldoende kennis bij de verschillende stakeholders is hiervoor een belangrijke basis. Daarom vind ik het heel belangrijk om mijn kennis in dit domein op een inspirerende manier te delen.’

Dave van der Helm

Directeur Atriensis data

Expertises in:
Energielabels
Vastgoeddata
Digitalisering

Met een achtergrond als architect zoekt Dave van der Helm, in zijn rol als directeur van Atriensis data, altijd op creatieve wijze naar oplossingen voor verschillende vraagstukken in de sociale woningbouw. Met zijn brede ervaring op het gebied van energielabels en aanverwante aspecten rondom energieprestatie begrijpt Dave de uitdagingen én kansen voor woningcorporaties op dit vlak als geen ander. Hij heeft het energielabel zien transformeren van verplichting naar versneller van innovatie en verduurzaming. Dave is een groot voorstander van samenwerking om gezamenlijk tot slimmere oplossingen te komen. Juist op het gebied van vastgoeddata waar de basis ligt voor verduurzaming. De laatste jaren richt Dave zich in het bijzonder op de digitalisering van vastgoeddata en deelt graag zijn inzichten en ervaringen op dit gebied.

‘De sociale huursector is van onschatbare waarde voor onze samenleving. Maatschappelijke impact en verduurzaming komen hier samen. Ik vind het belangrijk om mijn kennis over energielabels, vastgoeddata en digitalisering actief te delen, zodat we met elkaar tot betere en slimmere oplossingen komen. Door inzichten uit de praktijk te koppelen aan data kunnen we als sector echt versnellen – en daar graag ik graag mijn steentje aan bij.’

Arjan van Helvoort

Directeur Atriensis wonen

Expertises in:
Van concept naar praktijk
Integraliteit
Energieprestatie

Met passie voor volkshuisvesting, energieprestatie en energietransitie werkt Arjan van Helvoort al meer dan een decennium bij Atriensis aan comfortabele, kwalitatieve en betaalbare huurwoningen. Als partner van woningcorporaties, met ketenpartners, voor huurders. Met een integrale visie op duurzaamheid en oog voor alle verschillende belangen. Ambitie, praktische uitvoerbaarheid en betaalbaarheid staan voorop in zijn projecten. Resultaatgericht en pragmatisch. De expertise van Arjan ligt in het verbinden van technische kennis met strategische inzichten, waardoor complexe projecten soepel en succesvol worden uitgevoerd.

Arjan van Helvoort: ‘De opgave is immens en wordt steeds complexer. De uitdaging is vraagstukken en oplossingen eenvoudig te houden. Werken aan en vanuit een gezamenlijk belang en doel. Het welzijn van de huurder voorop. Atriensis helpt opdrachtgevers in het maken van de juiste afwegingen en verbindt ze met partijen uit ons netwerk als dat nodig is. Hierin deel ik graag mijn kennis en expertise. Samen kunnen we de energietransitie versnellen en een duurzame toekomst creëren.'

Hella Maessen

Directeur Atriensis wonen

Expertises in:
Energieprestatie
Integraliteit
Van concept naar praktijk

Al bijna dertig jaar werkt Hella Maessen met passie aan duurzaam en gezond wonen binnen de sociale huursector. Door haar grote betrokkenheid en haar actuele kennis van ontwikkelingen in de sector helpt zij corporaties om goed voorbereid te zijn op de warmtetransitie en andere verduurzamingsopgaven. De warmtetransitie is een enorme uitdaging voor corporaties. Die uitdaging aangaan vraagt om kennis bij corporaties en alle ketenpartners. Met haar kritische blik, heldere uitleg en enthousiasme draagt Hella haar kennis graag over.

Hella Maessen: ‘In Nederland hebben we een mooie sociale huursector. Daar moeten we trots en zuinig op zijn. Ik werk daar graag aan mee. Door actuele kennis te delen en duidelijk over te brengen, kunnen we echte stappen zetten in de verduurzaming. Samen zorgen we dat ook in de toekomst iedereen betaalbaar en goed kan wonen.’

Dyon noy

Senior adviseur duurzaamheid

Expertises in:
Warmtenetten
Governance
Vernieuwend opdrachtgeverschap

Dyon Noy is al ruim veertig jaar actief binnen de sociale huursector. Als oprichter van Atriensis en met zijn jarenlange ervaring in de sector kent hij de wereld van woningcorporaties als geen ander. Zelf is hij groot voorstander van het delen van kennis om daar samen van te leren. De laatste jaren houdt Dyon zich vooral bezig met advisering over het aardgasvrij maken van hele wijken en buurten. De kennis en praktijkervaringen die hij hierbij heeft opgedaan, brengt hij graag met passie en enthousiasme over.

Dyon Noy: ‘Werken in de sociale huursector is en blijft het mooiste wat er is. Comfortabele en betaalbare woningen realiseren voor huurders. Echter, lopen woningcorporaties en ketenpartners tegen ontzettend veel uitdagingen aan. Vanuit Atriensis delen wij graag onze kennis en expertise om die uitdagingen aan te gaan en te werken aan oplossingen.’

Ik wil graag meer informatie over:*
Ik wil graag meer informatie over:*
Ik wil graag meer informatie over:*

Programma kennisbijeenkomst

Tijdens de inspirerende en interactieve kennisbijeenkomst op donderdag 28 maart 2024 van 15.00 tot 17.00 uur staat de enorme uitdaging op financieel vlak centraal. Hierbij komen verschillende invalshoeken aan bod. Zo belicht Reynt Sluis, coördinerend specialistisch adviseur, het perspectief van de Autoriteit woningcorporaties: de toezichthouder van de sector. Diana de Koning, MT-lid bij het WSW, gaat op de uitdagingen van de sector in vanuit het perspectief van de ‘borger’ van de corporatiefinanciering. Victor Burger, partner bij sectorspecialist Finance Ideas, deelt zijn uitgesproken opvattingen over de opgaven van corporaties versus de financiële polsstok. Alle inleiders gaan afzonderlijk, met elkaar en ook met de deelnemers op een drietal vragen in:

  1. Hoe zorg je voor een duurzaam prestatiemodel voor de verduurzamingsopgave? Kosten zijn fors gestegen, veel verduurzamingsmaatregelen leiden tot extra exploitatielasten en er zijn praktisch geen mogelijkheden voor extra inkomsten

  2. Hoe zorg je voor flexibiliteit tussen de verschillende Nationale Prestatieafspraken onderling? Prognoses komen blijkens de Staat van de corporatiesector 2023 te vaak niet uit. Tegenvallers bij sommige opgaven die tot versnelling leiden bij andere opgaven

  3. Hoe zorg je voor optimale lokale samenwerking rondom de verduurzamingsopgave? Hoe kan lokale samenwerking tot meer resultaat rondom de verduurzamingsopgave leiden? De betekenis van de IBW en de lokale prestatieafspraken

Programma lunchlezing

n.t.b.

Aanmelden voor*