Momenteel zijn er meerdere landelijke subsidieregelingen die corporaties ondersteunen bij energie- en duurzaamheidsmaatregelen. Dit handige schema van Atriensis helpt in beeld te krijgen wanneer en in welke combinatie de regelingen van toepassing zijn. Uiteraard zijn er lokale, provinciale regelingen of Europese regelingen. Kijk daarvoor op de website Energiesubsidiewijzer van Milieucentraal. Informeer ook bij contactpersonen bij gemeente en provincie.

De subsidieregelingen zijn gebundeld in zes categorieën: investering, fiscaal, financiering, exploitatie, Europees en verlopen subsidies. Klik hieronder op de subsidieregeling voor meer informatie:
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) beperkt direct investeringskosten. Het budget is in 2024 uitgebreid tot € 400 miljoen. Corporaties kunnen via de ISDE subsidie aanvragen voor het plaatsen van duurzame installaties. Alleen voor bestaande woningen of bedrijfsgebouwen met een aanvraag omgevingsvergunning vóór 1 juli 2018. Het gaat om kleinschalige installaties die niet onder de SDE++ vallen. Per 2024 biedt de ISDE niet langer subsidie voor zonnepanelen. Er is wel subsidie voor:
De eisen aan het energielabel van warmtepompen zijn verhoogd naar minimaal A++. Daar tegenover staat een verhoging van € 450 van de subsidie. Daarboven geldt een aanvullende bonus van € 225 voor warmtepompen vanaf energielabel A+++.
De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) stimuleert het aansluiten van bestaande huurwoningen op warmtenetten. Zowel woningcorporaties als VVE’S met huurwoningen kunnen deze subsidie aanvragen tot 31 december 2024. Begin 2024 is er nog ongeveer € 87 miljoen over van het budget (45%). Het budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst. Na aanvraag moet het werk binnen zes jaar gerealiseerd zijn, met daarboven de mogelijkheid om met een jaar uitstel aan te vragen. Woningen dienen volledig aardgasvrij te zijn, dus aangesloten op het warmtenet en eventuele gasmeters uit de woningen.
Combinatie met ISDE is alleen onder voorwaarden mogelijk.
De Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW) helpt woningcorporaties en zorgaanbieders woningen te bouwen en transformeren naar gegroepeerde, zorggeschikte woningen voor sociale huur. Er is een totaal budget beschikbaar gesteld van € 75 miljoen waarvan € 25 miljoen alleen beschikbaar is voor projecten met een intergenerationele woonvorm. Aanvragen kan tot 31 oktober 2024. Behandeling van de aanvragen is op volgorde van binnenkomst. Voorwaarden zijn onder meer:
De Stimuleringsregeling Wonen en Zorg (SWZ) is van toepassing op vernieuwende woningvormen voor 55-plussers. Voor een minimum van vijf wooneenheden kan subsidie aangevraagd worden voor onder andere het levensloopbestendig maken van woningen of het realiseren van een flexibele woonindeling. De maximale subsidie bedraagt € 20.000 voor de initiatieffase. Deze subsidie wordt verleend voor de onderzoekskosten voor de haalbaarheid van het woonconcept. Aanvraag is mogelijk tot 3 april 2024.
Let op dat enkel voor de initiatieffase een subsidie wordt verstrekt. Latere projectfases komen enkel in aanmerking voor een lening.
De Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (SVVE) stimuleert energiebesparende maatregelen binnen VvE’s. De regeling is al mogelijk voor 1 maatregel maar kent hogere subsidiebedrag toe bij het treffen van 2 of meer maatregelen. Er zijn vaste bedragen per maatregel en duidelijke grenzen aan de minimale omvang van de maatregel en de minimale kwaliteit. De hoofdcategorieën:
Aanvragen is mogelijk tot 31 december 2027.
De eerste tranche van de Meerjarige Experimenten Effectieve Renovatiestromen (MEER) subsidie is eind 2023 opengesteld. Deze subsidie is bedoeld voor het verduurzamen van woningen met een industriële en gestandaardiseerde aanpak. Samenwerkende partijen met een grootschalig renovatieprogramma en een gestandaardiseerde, industriële aanpak kunnen de subsidie aanvragen. De eerste tranche is open tot en met 1 mei 2024 en heeft een budget beschikbaar van € 30 miljoen. Het subsidiebedrag per woning is € 120/ton CO2 reductie en maximaal 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000 per woning en € 15.000.000 per samenwerkingsverband. Voorwaarden zijn onder meer:
De Subsidieregeling procesondersteuning opschaling renovatieprojecten (SPOR) is begin 2024 gepubliceerd. Hiermee worden samenwerkingsverbanden van corporaties, verhuurders, VvE’s of eigenaar-bewoners uit een wijk ondersteund die grotere aantallen woningen tegelijkertijd én op vergelijkbare wijze willen verduurzamen.. Met de SPOR kan een subsidie verkregen worden voor het aanstellen van een procesondersteuner voor die gezamenlijke renovatieprojecten. Voorwaarden zijn o.a.:
Gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor de realisatie van woonruimten van uitwonende studenten met de Regeling huisvesting aandachtsgroepen (RHA). Per woonruimte is € 8.500 beschikbaar en per gemeente € 3.000.000. Naast nieuwbouw is ook ombouw vanuit kantoorruimte of zorgvastgoed mogelijk.
Voorwaarden voor de regeling zijn onder meer dat de redelijke huurprijs niet hoger is dan de aftoppingsgrenzen, de bouw binnen 2 jaar na uitkering geschiedt en binnen 5 jaar na verleningsdatum klaar is.
De Woningbouwimpuls (Wbi) is door het RVO gepubliceerd om publiek financiële tekorten te dichten in de bouw van betaalbare en geschikte woningen. De subsidie wordt door gemeenten aangevraagd in verschillende tranches. De 6e tranche is geopend op 18 december 2023 en loopt tot 12 februari 2024. Deze tranche heeft een totaal budget van € 300 miljoen zonder een maximum aan het aangevraagde bedrag per gemeente. Er zijn een aantal voorwaarden verbonden aan het aanvragen van de Wbi:
Voor de realisatie van ontmoetingsruimten kan de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) aangevraagd worden. Deze subsidie bedraagt maximaal €100.000 euro voor de realisatie van een ontmoetingsruimten voor 20 woonruimten. Dit maximum bedrag loopt op tot €175.000 bij ontmoetingsruimten voor meer dan 50 woningen. De regeling is van toepassing op wooncomplexen waarvan minstens 50% van de (beoogde) bewoners 55 jaar of ouder zijn. De ruimte bevindt zich binnen 100 meter van de geclusterde woonvorm of is hier fysiek aan verbonden. De subsidie dient voor de start van de bouw aangevraagd te worden. De bouw van de ruimte dient binnen 3 jaar na de datum van verlening gestart te zijn en moet na 7 jaar klaar zijn. De regeling is vooralsnog gesloten, maar wordt mogelijk in de loop van 2024 weer geopend.
Warmteleveranciers kunnen de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) aanvragen voor hun primaire- en secundaire netten. Hiermee wordt de onrendabele top verlaagd en als gevolg ook de bijdrage aansluitkosten (BAK) voor woningeigenaren. Voor de eerste ronde van 2023 was € 150 miljoen beschikbaar. Het budget was direct na opening overtekend.
Enkele van de kenmerken:
Het was hierbij mogelijk om de WIS subsidie te stapelen met de SAH. Voor meer informatie zie het nieuwsbericht over de WIS op de website van Atriensis. De regeling is op dit moment gesloten, maar wordt mogelijk in 2024 weer geopend.
De Energie-investeringsaftrek (EIA) beperkt de vennootschapsbelasting en heeft in 2024 een budget van € 249 miljoen. Voor onder meer zonnepanelen, zonnecollectoren en collectieve warmtepompen kunnen corporaties terecht bij de EIA. Voorwaarde is dat de maatregelen op de energielijst 2024 staan. Zie met name onderdeel A voor bedrijfsgebouw, onderdeel D voor duurzame energie en onderdeel G voor energietransitie.
In tegenstelling tot 2023 kan er in 2024 maximaal 40% van de investeringskosten worden afgetrokken van de fiscale winst. Dit levert gemiddeld 10% netto voordeel op. De aanschafkosten van het product moeten binnen 3 maanden na de aanschafverplichting gemeld worden bij het RVO. Voortbrengingskosten moeten gemeld worden binnen 3 maanden na ingebruikname van het product of binnen 3 maanden na het betaalmoment. Als in het jaar van investeren geen winst is gemaakt, is het mogelijk om de EIA in eerdere of latere jaren te benutten.
Combinatie met MIA, ISDE, SDE++ en SCE is niet mogelijk.
De Milieu-investeringsaftrek (MIA) beperkt de vennootschapsbelasting en heeft in 2024 een budget van € 192 miljoen. Voor onder meer circulaire woningen en maatregelen voor klimaatadaptatie kunnen corporaties terecht bij de MIA. Voorwaarde is dat de maatregelen op de Milieulijst 2024 staan. In 2024 zijn veel kleine circulaire maatregelen van de milieulijst verdwenen. Het is momenteel alleen mogelijk om de MIA aan te vragen voor een circulaire woning (G 6102) en verschillende klimaatadaptieve maatregelen zoals een groen dak, groene gevel, en een wadi. Maximaal 45% van de investeringskosten mogen worden afgetrokken van de fiscale winst. Dit levert een maximaal netto voordeel van 11,25% van de investering aan belastingvoordeel op. Afhankelijk van het type maatregel kan dit voordeel gecombineerd worden met het voordeel uit de VAMIL regeling. Een melding voor de MIA subsidie moet binnen 3 maanden na de aanschafverplichting van het subsidiabele product gedaan worden. Als in het jaar van investeren geen winst is gemaakt, is het mogelijk om de MIA in eerdere of latere jaren te benutten.
Combinatie met EIA is niet mogelijk.
De Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) is een fiscale subsidie die het mogelijk maakt investeringen in verduurzaming voor maximaal 75% op een zelfgekozen tijdstip af te schrijven. Dit kan liquiditeits- en rentevoordeel opleveren. Het budget voor 2024 is € 25 miljoen. Op de Milieulijst 2024 staan alle maatregelen die in aanmerking komen. Deze subsidie wordt gezamenlijk met de MIA aangevraagd.
De Energiebespaarlening VvE is een financieringsmaatregel. Lenen bij commerciële banken is voor VvE’s vaak een probleem. Ook corporaties met huurwoningen in een VvE hebben hier bij verduurzaming mee te maken. De Energiebespaarlening VvE biedt financieringsmogelijkheden. Kenmerken:
Leent u boven de € 34.000 (per appartement) voor een Zeer Energiezuinig Pakket of Zeer Energiezuinig Pakket+ / Nul op de meter? Dan moeten de maatregelen voldoen aan hogere isolatiewaarden, ventilatie-eisen en kierdichtheid.
Deze regeling houdt een leningsmogelijkheid in. Via de Regeling groenprojecten behaalt een corporatie een rentevoordeel van 10,50 procentpunt gedurende 10 jaar door realisatie van energieprojecten bij een groenfonds of groenbank. De regeling kent verschillende categorieën zoals duurzame energie, nieuwbouwwoningen, en klimaatadaptatie. Omdat lenen met borging door het WSW voor DAEB-activiteiten nu nog steeds erg goedkoop is, ontbreekt hiervoor momenteel rentevoordeel door groenleningen. Wel vormt de groenregeling bij niet-DAEB financiering een optie. Denk aan de rol van corporaties bij middeldure huurwoningen. Dan moet de aanvraag zich wel richten op activiteiten binnen niet-DAEB bezit.
Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) is een exploitatiesubsidie ter stimulering van opwekking van duurzame energie. Het gaat om grotere installaties zoals collectieve zonnepanelen op grootverbruik en windmolens. Jaarlijks wordt de SDE++ tijdelijk geopend. In 2023 is de subsidie per 5 oktober gesloten. Per 2024 wordt de subsidieregeling opnieuw geopend op een nader te bepalen datum. Er zijn vijf categorieën:
De hoogte van de subsidieregeling is afhankelijk van onder meer de opbrengsten die gemaakt worden door de opgewekte energie. Door de hoge energieprijzen is het voorlopige correctiebedrag (de gemiddelde energieprijs van het voorgaande jaar) hoger dan afgelopen jaar. Dit betekent dat momenteel weinig tot geen SDE++-subsidie wordt uitgekeerd. In 2024 wordt een nieuw correctiebedrag bepaald. Hieruit kan het subsidievoordeel in het huidige jaar bepaald worden.
Bij zonnepanelen gaat het om vermogen van meer dan 15 kWp en aansluitingen groter dan 3*80 A. Ofwel minstens 42 reguliere zonnepanelen op een grootverbruikaansluiting. Bij kleinere installaties en aansluitingen kan gebruik gemaakt worden van EIA. Er was in 2023 een budget van € 8 miljard beschikbaar.
De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) is een exploitatiesubsidie bedoeld voor energiecoöperaties en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) die hernieuwbare (duurzame) elektriciteit willen opwekken met zonne-energie, windenergie of waterkracht. VvE’s gebruiken deze subsidie meestal om zonnepanelen te installeren. Dit kan gaan om projecten vanaf 15 kWp, gelijk aan ongeveer 40 zonnepanelen, uitgaande van 375 Wattpiek per paneel.
De subsidie per opgewekte kilowattuur is het verschil tussen een bij aanvraag vastgesteld basisbedrag en de marktprijs voor energie. De subsidieperiode is vijftien jaar. Uitkering gebeurt op basis van het geproduceerde vermogen (kWh). Zowel groot- als kleinverbruikersaansluitingen komen in aanmerking. De regeling staat open tot 1 april 2026. Jaarlijks is er een openstellingsronde. Voor 2024 is dat van 2 april tot 1 november 2024. Het budget voor de SCE is voor 2024 € 100 miljoen. Aanvragen kan bij RVO vóór ingebruikname van de installatie. Na de beschikking van de subsidie moeten zonnepanelen binnen 2 jaar en wind- en waterkracht binnen 3 jaar in gebruik worden genomen.
Dit jaar heeft de SCE meer mogelijkheden voor zonne- en windenergie. Dit maakt het voor VvE’s en energiecoöperaties aantrekkelijker om een aanvraag in te dienen. Zo kunnen zij nu subsidie aanvragen voor grotere projecten met meer zonnepanelen of windmolens met meer vermogen. RVO biedt dit jaar adviesgesprekken aan voor VvE’s en energiecoöperaties die subsidie willen aanvragen. Wie vragen heeft over zijn project, kan zich voor zo’n gesprek opgeven. Hoe dit werkt, is te lezen op de webpagina over de SCE.
De subsidie Elena is een subsidie die de kosten voor de uitwerkingsfase helpt mee te financieren bij de ontwikkeling van een groot energieproject, zoals het aanleggen van een warmtenet. De gemeente is de aanvrager van deze subsidie, maar voorbereidingskosten gemaakt door de woningcorporatie kunnen worden vergoed vanuit deze subsidie. 90% van de voorbereidingskosten kunnen worden gesubsidieerd door de subsidie Elena.
De OPZuid EFRO 2021-2027 subsidie is een Europese subsidieregeling die bestemd is voor innovatieve projecten die verschillende transities op regionaal niveau versterken in de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. De subsidieregeling is gericht op vijf typen transities: energie, klimaat, grondstoffen, landbouw & en voeding en gezondheid. Op het gebied van grondstoffen is voor de corporatie subsidie beschikbaar voor circulaire bouw met focus op materialen, grondstoffen en bouwmethoden. Per 17 november 2023 is deze subsidieregeling gesloten. Op een nader te bepalen datum heropent de regeling, verwachting in het voorjaar van 2024.
De EFRO Oost 2021-2027 subsidie is een Europese subsidieregeling die bestemd is voor innovatieve projecten die verschillende transities op regionaal niveau versterken in de provincies Overijssel en Gelderland. De subsidieregeling is gericht op het versterken van de innovatiekracht en daarmee bijdragen te leveren aan de energietransitie. Op het gebied van duurzame materialen voor een circulaire economie is er subsidie beschikbaar voor de corporatie. In totaal is er voor deze subsidie een bedrag van € 126 miljoen dat door de jaren heen beschikbaar wordt gesteld.
Kansen voor West III biedt de Randstadprovincies de mogelijkheid om subsidie te verkrijgen via de EFRO. De subsidie richt zich op de transitie naar een volledig circulaire en klimaat neutrale economie. Voor de periode van 2022 tot en met 2029 is er een budget van € 237 miljoen beschikbaar gesteld.
Vanuit het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) kan er aanspraak gemaakt worden op de EFRO subsidie ook wel OP-Noord genoemd. Hierbij kunnen regionale midden- en kleinbedrijven (mkb) subsidie verkrijgen voor ontwikkelkansen en speciale specialisaties. Denk hierbij aan oplossingen die bijdragen aan de overgang van een lineaire naar een circulaire economie en van fossiele naar hernieuwbare energie.
De subsidies in dit hoofdstuk zijn momenteel verlopen maar hebben een kans later dit jaar opnieuw geopend te worden.
De Startbouwimpuls (Sbi) was in 2023 door RVO gepubliceerd. Minister de Jonge trok met deze regeling minimaal € 250 miljoen uit om de woningbouw op gang te houden. Snel schakelen is gewenst voor corporaties die in aanmerking willen komen. Uiterlijk 21 juli konden ook woningcorporaties – middels een aanvraagformulier – op een groslijst gezet worden voor projecten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gebruikt deze groslijst om de beoordelingscriteria van de regeling scherp te stellen.
Op 13 september jongstleden is het definitieve aanvraagformulier voor de Startbouwimpuls vrijgegeven. Aanvraag wordt op inhoud beoordeeld, niet op snelheid van inschrijving. Daarnaast zijn de volgende knock-out criteria bepalend of de subsidie aangevraagd kan worden:
Deadline voor indiening was 13 oktober 2023. Mits het formulier vóór 9 oktober 2023 werd ingediend, bood RVO een check op volledigheid voordat de aanvraag definitief werd beoordeeld.
Als directeur van Atriensis wijken heeft Maria Scholten zichzelf in korte tijd wegwijs gemaakt in de wereld van de warmtetransitie. Processen in de warmtetransitie kennen vele belanghouders, zijn complex en vaak zijn er in één wijk meerdere woningcorporaties actief. Maria vindt het belangrijk om woningcorporaties onderling te verbinden en te zorgen voor gezamenlijke standpunten, zodat zij samen sterk staan. Hiervoor zijn onderling vertrouwen en het gezamenlijk opbouwen en delen van kennis een belangrijke basis. Vervolgens is ook het verbinden van de woningcorporaties met de overige belanghouders zoals gemeenten, netbeheerders en warmtebedrijven essentieel. Maria draagt haar praktijkervaring, kennis en enthousiasme over de warmtetransitie met veel plezier, energie en een frisse blik over.
Maria Scholten: ‘Het realiseren van betaalbare en comfortabele aardgasvrije woningen voor woningcorporaties en huurders is een prachtige uitdaging om aan te werken. Voldoende kennis bij de verschillende stakeholders is hiervoor een belangrijke basis. Daarom vind ik het heel belangrijk om mijn kennis in dit domein op een inspirerende manier te delen.’
Met een achtergrond als architect zoekt Dave van der Helm, in zijn rol als directeur van Atriensis data, altijd op creatieve wijze naar oplossingen voor verschillende vraagstukken in de sociale woningbouw. Met zijn brede ervaring op het gebied van energielabels en aanverwante aspecten rondom energieprestatie begrijpt Dave de uitdagingen én kansen voor woningcorporaties op dit vlak als geen ander. Hij heeft het energielabel zien transformeren van verplichting naar versneller van innovatie en verduurzaming. Dave is een groot voorstander van samenwerking om gezamenlijk tot slimmere oplossingen te komen. Juist op het gebied van vastgoeddata waar de basis ligt voor verduurzaming. De laatste jaren richt Dave zich in het bijzonder op de digitalisering van vastgoeddata en deelt graag zijn inzichten en ervaringen op dit gebied.
‘De sociale huursector is van onschatbare waarde voor onze samenleving. Maatschappelijke impact en verduurzaming komen hier samen. Ik vind het belangrijk om mijn kennis over energielabels, vastgoeddata en digitalisering actief te delen, zodat we met elkaar tot betere en slimmere oplossingen komen. Door inzichten uit de praktijk te koppelen aan data kunnen we als sector echt versnellen – en daar graag ik graag mijn steentje aan bij.’
Met passie voor volkshuisvesting, energieprestatie en energietransitie werkt Arjan van Helvoort al meer dan een decennium bij Atriensis aan comfortabele, kwalitatieve en betaalbare huurwoningen. Als partner van woningcorporaties, met ketenpartners, voor huurders. Met een integrale visie op duurzaamheid en oog voor alle verschillende belangen. Ambitie, praktische uitvoerbaarheid en betaalbaarheid staan voorop in zijn projecten. Resultaatgericht en pragmatisch. De expertise van Arjan ligt in het verbinden van technische kennis met strategische inzichten, waardoor complexe projecten soepel en succesvol worden uitgevoerd.
Arjan van Helvoort: ‘De opgave is immens en wordt steeds complexer. De uitdaging is vraagstukken en oplossingen eenvoudig te houden. Werken aan en vanuit een gezamenlijk belang en doel. Het welzijn van de huurder voorop. Atriensis helpt opdrachtgevers in het maken van de juiste afwegingen en verbindt ze met partijen uit ons netwerk als dat nodig is. Hierin deel ik graag mijn kennis en expertise. Samen kunnen we de energietransitie versnellen en een duurzame toekomst creëren.'
Al bijna dertig jaar werkt Hella Maessen met passie aan duurzaam en gezond wonen binnen de sociale huursector. Door haar grote betrokkenheid en haar actuele kennis van ontwikkelingen in de sector helpt zij corporaties om goed voorbereid te zijn op de warmtetransitie en andere verduurzamingsopgaven. De warmtetransitie is een enorme uitdaging voor corporaties. Die uitdaging aangaan vraagt om kennis bij corporaties en alle ketenpartners. Met haar kritische blik, heldere uitleg en enthousiasme draagt Hella haar kennis graag over.
Hella Maessen: ‘In Nederland hebben we een mooie sociale huursector. Daar moeten we trots en zuinig op zijn. Ik werk daar graag aan mee. Door actuele kennis te delen en duidelijk over te brengen, kunnen we echte stappen zetten in de verduurzaming. Samen zorgen we dat ook in de toekomst iedereen betaalbaar en goed kan wonen.’
Dyon Noy is al ruim veertig jaar actief binnen de sociale huursector. Als oprichter van Atriensis en met zijn jarenlange ervaring in de sector kent hij de wereld van woningcorporaties als geen ander. Zelf is hij groot voorstander van het delen van kennis om daar samen van te leren. De laatste jaren houdt Dyon zich vooral bezig met advisering over het aardgasvrij maken van hele wijken en buurten. De kennis en praktijkervaringen die hij hierbij heeft opgedaan, brengt hij graag met passie en enthousiasme over.
Dyon Noy: ‘Werken in de sociale huursector is en blijft het mooiste wat er is. Comfortabele en betaalbare woningen realiseren voor huurders. Echter, lopen woningcorporaties en ketenpartners tegen ontzettend veel uitdagingen aan. Vanuit Atriensis delen wij graag onze kennis en expertise om die uitdagingen aan te gaan en te werken aan oplossingen.’
Tijdens de inspirerende en interactieve kennisbijeenkomst op donderdag 28 maart 2024 van 15.00 tot 17.00 uur staat de enorme uitdaging op financieel vlak centraal. Hierbij komen verschillende invalshoeken aan bod. Zo belicht Reynt Sluis, coördinerend specialistisch adviseur, het perspectief van de Autoriteit woningcorporaties: de toezichthouder van de sector. Diana de Koning, MT-lid bij het WSW, gaat op de uitdagingen van de sector in vanuit het perspectief van de ‘borger’ van de corporatiefinanciering. Victor Burger, partner bij sectorspecialist Finance Ideas, deelt zijn uitgesproken opvattingen over de opgaven van corporaties versus de financiële polsstok. Alle inleiders gaan afzonderlijk, met elkaar en ook met de deelnemers op een drietal vragen in:
Hoe zorg je voor een duurzaam prestatiemodel voor de verduurzamingsopgave? Kosten zijn fors gestegen, veel verduurzamingsmaatregelen leiden tot extra exploitatielasten en er zijn praktisch geen mogelijkheden voor extra inkomsten
Hoe zorg je voor flexibiliteit tussen de verschillende Nationale Prestatieafspraken onderling? Prognoses komen blijkens de Staat van de corporatiesector 2023 te vaak niet uit. Tegenvallers bij sommige opgaven die tot versnelling leiden bij andere opgaven
Hoe zorg je voor optimale lokale samenwerking rondom de verduurzamingsopgave? Hoe kan lokale samenwerking tot meer resultaat rondom de verduurzamingsopgave leiden? De betekenis van de IBW en de lokale prestatieafspraken
n.t.b.