Woningcorporatie Alwel verhuurt in Roosendaal, Etten-Leur en Breda zo’n 22.000 woningen. De corporatie geeft aan zich in te zetten voor voldoende, betaalbare en duurzame woningen in prettige buurten en wijken. En over die duurzaamheid gaat het gesprek tussen Daan van Opstal van Alwel en Floor de Bie van Atriensis. Naast het isoleren van woningen besteedt Alwel namelijk veel aandacht aan het uitfaseren van aardgas. In Breda gebeurt dat door uitbreiding van het bestaande warmtenet middels aansluiting daarop van bestaande woningcomplexen. Zeker geen sinecure. In het gesprek staan de lessen van die praktijk centraal.

‘Natuurlijk is het monopolie van warmtebedrijven een lastig vraagstuk.’ Daan van Opstal van Alwel schakelt met regelmaat woningcomplexen over van gas naar een warmtenet. Hoe ga je daar verstandig mee om? ‘Warmtenetten zijn niet de enige oplossing, maar zijn zeker een zeer belangrijke schakel in de warmtetransitie. Je hebt er gewoon mee te maken, vooral ook als het om uitbreiding van bestaande netten gaat, zoals in ons werkgebied regelmatig voorkomt. Dat monopolie maakt overigens wel dat ik op de overheid moet kunnen vertrouwen om nadelen daarvan voor onze huurders te beheersen. Dat gebeurt uiteraard ook bij veel andere publieke opgaven zoals drinkwater, riolering of afvoer van huisvuil.’
Waar zit dan wel de uitdaging? Van Opstal: ’Dat heeft vooral met participatie van onze huurders te maken. Hoe zorgt Alwel voor vertrouwen van huurders in het warmtenet? Denk aan beheersing van warmtetarieven en een goed serviceniveau. Floor, hoe zijn jouw ervaringen als jij met onze huurders in gesprek gaat?’ De Bie denkt even na. ‘Tsja, alles staat of valt met het zorgvuldig bespreken van de gevolgen met huurders. Hoeveel overlast geeft de uitvoering? Hoe leg je uit dat woonlasten niet omhoog gaan? Maar ook de vraag hoe het eruit gaat zien, ook al gaat het alleen om verwarmingsleidingen en een afleverset.’
Voor uitvoering is minstens 70% vrijwillige deelname van huurders per complex nodig. Hoe zijn de ervaringen daarmee? Van Opstal lacht: ‘Tot nu toe lukt het bijna altijd, maar het is zeker niet eenvoudig. Wij hebben geleerd hoe met weerstand om te gaan. Communicatie is het sleutelwoord. Wees eerlijk over voor- en nadelen. En neem alle huurders serieus. Zorg waar mogelijk voor aanvullende individuele keuzemogelijkheden.’ Floor de Bie vult aan: ‘Ik merk hoe belangrijk het is om al heel vroegtijdig communicatie met huurders te starten. Mensen wennen aan het idee van het warmtenet. Het is mooi om te zien dat daardoor ook soms vanzelf bewonersinitiatieven ontstaan om het gesprek met de corporatie aan te gaan.’

Daan van Opstal gaat verder op die communicatie in: ‘In een van de overgeschakelde gebouwen werden meer dan 25 talen gesproken. De zogenaamde etagecontactpersonen vormden de sleutel voor succes bij dit project. Wij zoeken actief ambassadeurs onder onze huurders.
Daarnaast is het belangrijk om bij zoiets ingewikkelds als een warmtenet zoveel mogelijk met beelden in plaats van met teksten richting huurders te werken.’ Floor de Bie licht dit toe: ‘Een modelwoning is natuurlijk de ultieme illustratie. Wat voor ons onbelangrijk lijkt, is voor huurders cruciaal. De ruimtewinst omdat een elektrische boiler verdwijnt. Waar zit de afleverset en hoe groot is die? Gaatjes in de vloerbedekking omdat de oude verticale verwarmingsleidingen verdwijnen. Waar lopen de nieuwe verwarmingsleidingen?’
‘Natuurlijk mogen dat ook dummies voor de installaties zijn’, vult Van Opstal aan. We kunnen als we toestemming vragen natuurlijk de oude collectieve installaties nog niet buiten gebruik stellen. En evenmin de nieuwe installaties al aansluiten en laten werken. Eerst maar eens minstens 70% vrijwillige toestemming. Toch vinden huurders het heel belangrijk om te zien hoe het wordt, ook al werkt het nog niet. Ook zorgen wij soms bijvoorbeeld voor een demo met inductiekoken.’ Floor de Bie gaat dieper op de inhoud in: ‘De overgang van gasgestookte blokverwarming met leidingen die op meer plaatsen woningen verticaal kruisen naar individuele woonhuisaansluitingen is kostbaarder en heeft bovendien voor huurders de grootste gevolgen. Toch snap ik dat Alwel hier vanwege de voordelen in gebruik voor huurders een voorkeur voor heeft.‘
Inderdaad realiseert Alwel het liefst individuele woonhuisaansluitingen op het warmtenet. Het warmtebedrijf levert rechtstreeks aan huurders zonder tussenkomst van Alwel. Ook als die gasgestookte blokverwarming er in de oorspronkelijke situatie is. Waarom? Van Opstal somt de argumenten op: ‘Wij vinden dat meer toekomstbestendig. Huurders zien voor het eerst precies wat zij verbruiken. Dat lukt nu eenmaal niet met radiatormetertjes. Daarnaast krijgen zij een kamerthermostaat om de warmte goed te regelen. Het systeem beschikt over hetzelfde comfortniveau als een combiketel. Maar wij zijn wel van het gas af.’ Zijn er ook nadelen? Daan van Opstal: ‘Zeker, de overlast voor huurders is groter en kosten liggen hoger. Als het niet lukt om de 70% instemming te behalen, is het wat mij betreft geen enkel probleem om dan toch het gas te verwijderen en voorlopig door te gaan op een collectieve verwarmingsinstallatie die aangesloten is op het warmtenet. De omslag naar individuele afleversets kan altijd op een later moment, wanneer het huurders en ook ons beter uitkomt.‘

Als directeur van Atriensis wijken heeft Maria Scholten zichzelf in korte tijd wegwijs gemaakt in de wereld van de warmtetransitie. Processen in de warmtetransitie kennen vele belanghouders, zijn complex en vaak zijn er in één wijk meerdere woningcorporaties actief. Maria vindt het belangrijk om woningcorporaties onderling te verbinden en te zorgen voor gezamenlijke standpunten, zodat zij samen sterk staan. Hiervoor zijn onderling vertrouwen en het gezamenlijk opbouwen en delen van kennis een belangrijke basis. Vervolgens is ook het verbinden van de woningcorporaties met de overige belanghouders zoals gemeenten, netbeheerders en warmtebedrijven essentieel. Maria draagt haar praktijkervaring, kennis en enthousiasme over de warmtetransitie met veel plezier, energie en een frisse blik over.
Maria Scholten: ‘Het realiseren van betaalbare en comfortabele aardgasvrije woningen voor woningcorporaties en huurders is een prachtige uitdaging om aan te werken. Voldoende kennis bij de verschillende stakeholders is hiervoor een belangrijke basis. Daarom vind ik het heel belangrijk om mijn kennis in dit domein op een inspirerende manier te delen.’
Met een achtergrond als architect zoekt Dave van der Helm, in zijn rol als directeur van Atriensis data, altijd op creatieve wijze naar oplossingen voor verschillende vraagstukken in de sociale woningbouw. Met zijn brede ervaring op het gebied van energielabels en aanverwante aspecten rondom energieprestatie begrijpt Dave de uitdagingen én kansen voor woningcorporaties op dit vlak als geen ander. Hij heeft het energielabel zien transformeren van verplichting naar versneller van innovatie en verduurzaming. Dave is een groot voorstander van samenwerking om gezamenlijk tot slimmere oplossingen te komen. Juist op het gebied van vastgoeddata waar de basis ligt voor verduurzaming. De laatste jaren richt Dave zich in het bijzonder op de digitalisering van vastgoeddata en deelt graag zijn inzichten en ervaringen op dit gebied.
‘De sociale huursector is van onschatbare waarde voor onze samenleving. Maatschappelijke impact en verduurzaming komen hier samen. Ik vind het belangrijk om mijn kennis over energielabels, vastgoeddata en digitalisering actief te delen, zodat we met elkaar tot betere en slimmere oplossingen komen. Door inzichten uit de praktijk te koppelen aan data kunnen we als sector echt versnellen – en daar graag ik graag mijn steentje aan bij.’
Met passie voor volkshuisvesting, energieprestatie en energietransitie werkt Arjan van Helvoort al meer dan een decennium bij Atriensis aan comfortabele, kwalitatieve en betaalbare huurwoningen. Als partner van woningcorporaties, met ketenpartners, voor huurders. Met een integrale visie op duurzaamheid en oog voor alle verschillende belangen. Ambitie, praktische uitvoerbaarheid en betaalbaarheid staan voorop in zijn projecten. Resultaatgericht en pragmatisch. De expertise van Arjan ligt in het verbinden van technische kennis met strategische inzichten, waardoor complexe projecten soepel en succesvol worden uitgevoerd.
Arjan van Helvoort: ‘De opgave is immens en wordt steeds complexer. De uitdaging is vraagstukken en oplossingen eenvoudig te houden. Werken aan en vanuit een gezamenlijk belang en doel. Het welzijn van de huurder voorop. Atriensis helpt opdrachtgevers in het maken van de juiste afwegingen en verbindt ze met partijen uit ons netwerk als dat nodig is. Hierin deel ik graag mijn kennis en expertise. Samen kunnen we de energietransitie versnellen en een duurzame toekomst creëren.'
Al bijna dertig jaar werkt Hella Maessen met passie aan duurzaam en gezond wonen binnen de sociale huursector. Door haar grote betrokkenheid en haar actuele kennis van ontwikkelingen in de sector helpt zij corporaties om goed voorbereid te zijn op de warmtetransitie en andere verduurzamingsopgaven. De warmtetransitie is een enorme uitdaging voor corporaties. Die uitdaging aangaan vraagt om kennis bij corporaties en alle ketenpartners. Met haar kritische blik, heldere uitleg en enthousiasme draagt Hella haar kennis graag over.
Hella Maessen: ‘In Nederland hebben we een mooie sociale huursector. Daar moeten we trots en zuinig op zijn. Ik werk daar graag aan mee. Door actuele kennis te delen en duidelijk over te brengen, kunnen we echte stappen zetten in de verduurzaming. Samen zorgen we dat ook in de toekomst iedereen betaalbaar en goed kan wonen.’
Dyon Noy is al ruim veertig jaar actief binnen de sociale huursector. Als oprichter van Atriensis en met zijn jarenlange ervaring in de sector kent hij de wereld van woningcorporaties als geen ander. Zelf is hij groot voorstander van het delen van kennis om daar samen van te leren. De laatste jaren houdt Dyon zich vooral bezig met advisering over het aardgasvrij maken van hele wijken en buurten. De kennis en praktijkervaringen die hij hierbij heeft opgedaan, brengt hij graag met passie en enthousiasme over.
Dyon Noy: ‘Werken in de sociale huursector is en blijft het mooiste wat er is. Comfortabele en betaalbare woningen realiseren voor huurders. Echter, lopen woningcorporaties en ketenpartners tegen ontzettend veel uitdagingen aan. Vanuit Atriensis delen wij graag onze kennis en expertise om die uitdagingen aan te gaan en te werken aan oplossingen.’
Tijdens de inspirerende en interactieve kennisbijeenkomst op donderdag 28 maart 2024 van 15.00 tot 17.00 uur staat de enorme uitdaging op financieel vlak centraal. Hierbij komen verschillende invalshoeken aan bod. Zo belicht Reynt Sluis, coördinerend specialistisch adviseur, het perspectief van de Autoriteit woningcorporaties: de toezichthouder van de sector. Diana de Koning, MT-lid bij het WSW, gaat op de uitdagingen van de sector in vanuit het perspectief van de ‘borger’ van de corporatiefinanciering. Victor Burger, partner bij sectorspecialist Finance Ideas, deelt zijn uitgesproken opvattingen over de opgaven van corporaties versus de financiële polsstok. Alle inleiders gaan afzonderlijk, met elkaar en ook met de deelnemers op een drietal vragen in:
Hoe zorg je voor een duurzaam prestatiemodel voor de verduurzamingsopgave? Kosten zijn fors gestegen, veel verduurzamingsmaatregelen leiden tot extra exploitatielasten en er zijn praktisch geen mogelijkheden voor extra inkomsten
Hoe zorg je voor flexibiliteit tussen de verschillende Nationale Prestatieafspraken onderling? Prognoses komen blijkens de Staat van de corporatiesector 2023 te vaak niet uit. Tegenvallers bij sommige opgaven die tot versnelling leiden bij andere opgaven
Hoe zorg je voor optimale lokale samenwerking rondom de verduurzamingsopgave? Hoe kan lokale samenwerking tot meer resultaat rondom de verduurzamingsopgave leiden? De betekenis van de IBW en de lokale prestatieafspraken
n.t.b.