Diverse keren ‘sloeg de webmaster aan’ op het woordje ‘blokverwarming’ in eerdere berichten. De uitdrukking staat garant voor een hausse aan bezoekers. Soms heftige reacties. Een perfecte voedingsbodem voor Tros Radar. De beschuldigende vinger wijst naar blokverwarming uit de bouwperiode van 1960 tot 1980. Een collectief ketelhuis voor ruimteverwarming met radiatoren aan stijgstrangen. Keukengeisers of elektrische boilers voor het warme tapwater.

Ondoorzichtig
De kritiek richt zich trouwens zelden op de energiebron. Waar klaagt men wel over? Vijf knelpunten op een rij:
- De ondoorzichtige energienota. Een absoluut meetsysteem is bij collectieve verwarmingsinstallaties met radiatoren aan verticale stijgstrangen in stapelbouw onmogelijk. De gebruikelijke metertjes op radiatoren verdelen de totaalnota. Dus een relatief verdeelsysteem. Geen directe relatie voor de bewoner tussen het cijfer op dat metertje en de te verwachten energiefactuur. De acceptatie van de factuur is daardoor gering
- De beperkte individuele regelbaarheid. Het thermische comfort is een blijvend punt van discussie. Individuele comfortwensen zijn lastig realiseerbaar. Denk aan bewoners die zich pas lekker voelen bij 24 graden versus hun buren die aan 18 graden genoeg hebben. Doorstoken in de zomer of alles uit? De keuze geldt nu eenmaal voor iedereen.
- De geluidsoverlast. Veel bewoners hebben hinder van geluid van tikkende stijgleidingen. Dit treedt op bij start en einde van de nachtverlaging, doordat verwarmingsleidingen niet spanningsvrij gemonteerd zijn
- De karige bedieningsmogelijkheden. Installaties met radiatoren aan stijgstrangen missen een kamerthermostaat. Erg handig bij nachtverlaging of vakanties. Bediening van radiatoren aan stijgstrangen gebeurt met thermostatische radiatorkranen. Vaak lastig te bereiken achter kasten en gordijnen. Een bewerkelijke handeling bij nachtverlaging
- De weinige flexibele exploitatie. Iedere radiator afzonderlijk is op de collectieve warmtevoorziening aangesloten. Een wanbetaler is niet af te sluiten. Bij verkoop van woningen na splitsing in appartementsrechten behoudt de corporatie een relatie met kopers via de energienota. Evenmin is het gemakkelijk om de levering van energie te outsourcen naar een marktpartij of eigen energie-onderneming

Aversie
Niet voor niets komen deze installaties in nieuwbouw van na 1980 niet meer voor. De aversie leidde ertoe dat de afgelopen drie decennia veel van dit type installaties geïndividualiseerd zijn. Iedere woning een eigen verwarmingsketel. Toch komen er nog steeds honderdduizenden woningen met een dergelijke installatie voor. Is er nog een toekomst voor dit type blokverwarming? Hoe komt blokverwarming uit de periode van 1960 tot 1980 uit het verdomhoekje? Goede suggesties zijn welkom.