Duurzaam renoveren in een krimpgebied: hoe gaat dat?

Weller verhuurt ongeveer 10.000 woningen in Heerlen, Brunssum en Schinveld. De woningen van Weller zijn gelegen in een economisch minder sterke regio. Daardoor zijn koopwoningen al bereikbaar voor middeninkomens. Om te voorkomen dat huurwoningen leeglopen, zijn de huurprijzen hierop aangepast. Jos van Thoor: ‘We moeten steeds adequaat op veranderingen in de beleidsomgeving in kunnen spelen. Het denkproces over de bevolkingskrimp uit zich ook in de planvorming voor de zes galerijflats met 768 woningen aan de Peter Schunckstraat. Hier vindt een forse ingreep plaats gestoeld op de thema’s; verbeteren van duurzaamheid, levensloopbestendigheid en uitstraling. Bij de planvorming ging het niet om het behalen van een lage energie-index. Maar met het beschikbare budget de meest optimale verbetering voor de bewoners realiseren.’

Luc Huveneers adviseur bij Atriensis vertelt: ‘De imposante blokken met galerijwoningen in twaalf woonlagen kijken uit over het voormalige mijnlandschap. In vier van die zes flats vindt een forse ingreep plaats die bijna twintig miljoen Euro kost. Het zijn grote, dominante flatgebouwen met stoere horizontale belijningen. Jos van Thoor vertelt over de voorbereiding: ‘We hebben alle beslissingen omtrent deze gebouwen zorgvuldig afgewogen met bewoners en adviseurs. Veel keuzes plaatsten we in de context van de krimp, de vergrijzing en de verduurzaming. We wilden een mooiere uitstraling, betere toegankelijkheid en perfecte isolatie. Een voorbereidingstijd van drie jaar is misschien wel lang, maar dat was nodig voor een goed plan. Bedenk dat het met die vier te renoveren blokken al over bijna 500 woningen gaat. Alle redenen dus om tot op detailniveau afwegingen te maken.’

De regeling van de binnentemperatuur was bijzonder problematisch. Een aantal flats had nog de originele installatie uit de jaren ’60. In de nieuwe situatie hebben alle woningen een radiator in elk vertrek, regeling met een kamerthermostaat en exacte meting van het eigen energieverbruik. Voor de kozijnen is er een innovatieve keuze gemaakt. Van Thoor licht toe: ‘De kozijnen bevatten asbesthoudend materiaal en veel voorzieningen waren aan de binnenkant aan de kozijnen bevestigd, zoals radiatoren, gordijnen en vensterbanken. We plaatsen een nieuwe perfect geïsoleerde pui, compleet voorzien van deuren en ramen aan de buitenzijde van het oude en te handhaven kozijn. Deze nieuwe puien zijn in de fabriek gemaakt en worden in één keer tegen het bestaande kozijn gemonteerd. Van dat te handhaven kozijn verwijderen we alleen de beglazing met draaidelen en werken aan de binnenzijde de overgang van oud naar nieuw keurig af. Voordelen zijn evident. Vlotte uitvoering, minimale overlast voor bewoners, perfect gevelbeeld en hoge kwaliteit. De asbest is nu optimaal ingepakt. Verwijdering kan te zijner tijd onder gecontroleerde omstandigheden als de blokken ooit compleet gesloopt worden.’

Een lage energienota was een belangrijk speerpunt bij dit project. Optimale isolatie en zuinige installaties zijn toegepast. Ook kreeg wooncomfort veel aandacht. De bewoners beschikken nu over een flink verbeterde entreehal, nieuwe buitenverlichting en ophoging van alle galerijen, zodat er minder hinder is van drempels. Een project met een fors duurzaamheidseffect, maar nog niet energieneutraal. Luc Huveneers zegt niet te geloven in het kijken naar complexen vanuit alleen het energievraagstuk. ‘Als corporatie moet je eerst een heldere, omvattende visie op de toekomst van het complex hebben. Je ziet bij Weller dat dit de basis van het planproces is: voor welke doelgroep, met welke kwaliteit en voor welke prijs positioneer je de woningen? En op welke termijn? Je moet het proces naar energieneutraliteit op een logische manier integreren binnen reeds geplande ingrepen. Zoek de natuurlijke momenten op en neem verstandige maatregelen die gericht zijn op energiebesparing en verduurzaming van de energievoorziening.’


Laatste wijziging: 22-02-2018