Energiebesparing als keuze voor zittende huurders? Met of zonder huurverhoging? Belangrijkste aspect vormt het
planproces en de communicatie richting huurders. Maar ook kostenconsequenties voor corporaties van de verschillende benaderingen spelen een grote rol. Drie invalshoeken voor benadering van huurders bij energiebesparing:
- Gemak voor de corporatie. Maatregelen hebben geen huurconsequenties, waardoor deelname van 100% in het verschiet ligt
- Bewoner de keus. Bewoners kunnen afzien van het voorstel met huurconsequenties. Geen verplichting tot deelname. Overgeslagen woningen komen bij mutaties aan bod. Meestal niet realistisch bij gestapelde woningbouw
- Vastgoed centraal. De corporatie zet alles op alles om minimaal 70% deelname te bereiken. Verplichting van overige bewoners tot deelname. Vereist zijn optimale inrichting van het planproces plus slim samenstellen van bouwkundige eenheden
Kostenconsequenties
Vanuit kosten verdient de derde invalshoek 'Vastgoed centraal' zonder meer de voorkeur. De notitie 'Deelname energiebesparing: keuze of plicht?' illustreert dit. Een dilemma ontstaat als voor corporaties deze keuze om wat voor reden afvalt. Bij de tweede invalshoek 'Bewoners de keus' zijn namelijk extra kosten vanwege bewerkelijke energiebesparing bij mutaties plus subsidiederving erg hoog. Waarschijnlijk veel hoger dan gemiste huurbaten bij zittende huurders bij de eerste invalshoek 'Gemak voor de corporatie'. ‘Voor niets weggeven’ is daarmee in financieel opzicht aantrekkelijker dan iedere keer bij mutaties terugkeren om overgeslagen woningen aan te pakken.
