Benchmark beteugelt kostenontwikkeling

De afgelopen drie jaren stegen de variabele lasten in de sociale sector hard. Van € 2.550 per huurwoning in 2004 naar € 3.090 in 2007. Een stijging van 21% in slechts drie jaar tijd. In dezelfde periode lag de inflatie slechts tussen de één en twee procent op jaarbasis. Van die stijging met € 540 was dus amper een vijfde deel vanuit inflatie te verklaren. Deze extra stijging verlaagt de bedrijfswaarde per huurwoning met ongeveer € 7.000. Voor de hele corporatiesector gaat het dan al om € 17 miljard! Wat is de reden? Zijn de opgaven van corporaties dermate verzwaard dat dit die kostenstijging rechtvaardigt? Of snijden de waarschuwingen van jaren terug al van het Centraal Fonds Volkshuisvesting hout? ‘Het geldt klotst tegen de plinten van de corporatiekantoren. Dit draagt niet bij aan een sobere en doelmatige huishouding.’  

Noodzaak

Drie relatief recente externe ontwikkelingen zetten de vermogenspositie van corporaties verder onder druk. Het inflatievolgende huurbeleid, de nieuwe afdrachten naar Den Haag en als klap op de vuurpijl de kredietcrisis. Zo’n beetje alle corporatiebestuurders somberen in hun voorwoord op het jaarverslag van 2008 over hun verminderde financiële perspectief. Daarmee is de ‘sense of urgency’ om de stijging van variabele lasten aan te pakken er inmiddels wel. Vraag is natuurlijk waar te beginnen.

Benchmark

De Commissie Benchmarking van Aedes toetst de kwaliteit van aanbieders van benchmarks op het terrein van de kwaliteit en efficiency van de bedrijfsvoering. Momenteel ligt de Benchmark Bedrijfsproces van Atriensis op hun onderzoekstafel. Streven is dat Atriensis dit najaar de landelijke primeur met dat keurmerk verwerft. De tien deelnemers meldden al veel profijt van de analyses te hebben. Met een relatief geringe inspanning kregen zij volop praktische aanwijzingen voor optimalisaties in hun bedrijfsvoering.



Leren, evalueren en verbeteren

Drie indexen wijzen uit -na de nodige wegingen- hoe corporaties presteren op de gebieden onderhoud (blauw), personeelslasten (paars) en overige bedrijfslasten (geel). Een cijfer hoger dan één wijst op bovengemiddeld presteren. Er is werk aan de winkel als het cijfer lager dan één ligt. In de figuur zijn helemaal rechts de corporaties te zien die het beste op een deelterrein prestaren. Links hiervan (derde groep kolommen) zijn de corporaties zichtbaar die het minst gunstig scoren op elk van die drie deelterreinen. Zo drukten diverse aan de Benchmark Bedrijfsproces deelnemende corporaties inmiddels substantieel de uitgaven voor onderhoud. Het bleek namelijk dat deze kostenpost zonder verklaring ruim boven het gemiddelde lag. Andere corporaties weer volgden praktische adviezen op om de efficiency van de eigen werkorganisatie te verhogen. Weer andere corporaties wisten de overige bedrijfslasten met succes neerwaarts bij te stellen. Strategisch inkoopbeleid leidde hier tot substantiële besparingen zonder kwaliteitsverlies. Benchmarken: leren, evalueren en verbeteren.